Tarieven & Regelgeving

Tarieven

Fysiotherapie                                               €50,00

Manueel Therapie                                       €60,00

Oedeemtherapie                                         €60,00

Geriatrie Fysiotherapie                               €60,00

Screening intake en onderzoek                 €70,00

Intake en onderzoek na verwijzing           €70,00

Toeslag Aan huis behandeling                  €10,00

Niet nagekomen afspraak                          €40,00

Hardloopanalyse Runeasi                          €105,00

Regelgeving

Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO) 
De Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO) is een onderdeel van Boek 
7 van het Burgerlijk Wetboek en regelt rechten en plichten van de individuele patiënt en de 
hulpverlener in hun onderlinge relatie. De WGBO is vooral gericht op versterking van de positie 
van de patiënt en is van toepassing op alle handelingen op het gebied van de geneeskunst. Dat 
wil zeggen alle verrichtingen, inclusief onderzoek en advies en behandeling, die rechtstreeks 
betrekking hebben op een persoon en het verbeteren van zijn gezondheid. De WGBO stelt 
daarom regels aangaande de behandelingsovereenkomst, die een overeenkomst van opdracht is.
Relevant is met name de algemene bepaling waarin wordt gesteld dat de hulpverlener bij 
zijn werkzaamheden de zorg van een goed hulpverlener in acht moet nemen en dient te 
handelen in overeenstemming met de op hem rustende verantwoordelijkheid, voortvloeiende 
uit de voor hulpverleners geldende professionele standaard (zie art.453, WGBO). De wet regelt 
ook de informatieplicht, het toestemmingsvereiste, de dossierplicht met inzagerecht en 
vernietigingsrecht, de geheimhoudingsplicht en de bescherming van de privacy. Tevens is de 
positie van de minderjarige patiënt en de meerderjarige wilsonbekwame patiënt geregeld. 
De WGBO legt de volgende verplichtingen c.q. rechten op:
• informatieplicht;
• toestemmingsvereiste;
• dossierplicht;
• bewaarplicht;
• vernietigingsrecht;
• recht op inzage;
• geheimhoudingsplicht.

 

Informatieplicht
De fysiotherapeut verstrekt de patiënt de informatie die deze nodig heeft om zelf op een 
verantwoorde manier beslissingen te nemen over zijn gezondheid (zie art. 448, WGBO). Dit houdt in dat de fysiotherapeut de patiënt duidelijk behoort te informeren over: 
• de aard en het doel van het onderzoek of de behandeling;
• de fysiotherapeutische diagnose;
• het behandelplan;
• het te verwachten risico voor de gezondheid;
• de eventuele alternatieven;
• de prognose.
Hierop bestaan twee uitzonderingen, namelijk:
• als de fysiotherapeut van mening is dat informatieverstrekking ernstig nadeel oplevert voor 
de patiënt (zie art. 448 lid 3, WGBO);
• als de patiënt aangeeft geen inlichtingen te willen ontvangen. Overigens moeten eventuele 
nadelen voor de patiënt hierbij afgewogen worden (zie art. 449, WGBO). Die afweging kan 
leiden tot het toch informeren van de patiënt.


Op verzoek dient de fysiotherapeut de patiënt schriftelijk te informeren. De fysiotherapeut 
bepaalt zelf de dosering en de timing van de informatieverstrekking. De informatie dient 
te worden afgestemd op de persoonlijke situatie van de patiënt en laat zich uiteraard niet 
in strakke regels vastleggen. De patiënt heeft de plicht om informatie te verstrekken aan de 
fysiotherapeut over zaken die betrekking hebben op de uitvoering van de behandeling. De 
fysiotherapeut zal om deze informatie moeten vragen in de anamnese, omdat niet van de 
patiënt verwacht mag worden dat hij weet om welke informatie het in dit geval gaat. Aan te 
raden is ook in het dossier op te nemen welke informatie aan de patiënt is verstrekt. 
Toestemmingsvereiste
Voor iedere geneeskundige (be)handeling is toestemming van de patiënt vereist (zie art. 
450, WGBO). De patiënt moet dus toestemming geven voor het starten of vervolgen van de 
behandeling. De fysiotherapeut moet de patiënt dusdanig informeren dat de patiënt in staat is 
zijn besluit weloverwogen te nemen. Het is van belang dat de fysiotherapeut er alert op is dat 
de patiënt instemt met zowel het onderzoek als de behandeling en het vervolg daarop. Onder 
andere bij manipulaties en verrichtingen in het kader van een voorbehouden handeling of een 
bijzondere handeling, is de toestemming nooit vanzelfsprekend.
Toestemming bij minderjarigen
Bij minderjarigen tussen de 12 en 16 jaar is toestemming nodig van zowel het kind als de 
ouders (zie art. 450 lid 2, WGBO). Behandeling van kinderen jonger dan 12 jaar vereist alleen 
toestemming van de ouders. Voor beide categorieën geldt dat, wanneer de ouders gescheiden 
zijn, er toestemming vereist is van beide of een van beide ouders indien deze laatste ouder is 
belast met het ouderlijk gezag. In het laatste geval heeft de ouder die niet belast is met het 
ouderlijk gezag recht op algemene informatie van de fysiotherapeut. 
Een hulpverlener heeft voor de behandeling van een minderjarige niet altijd de expliciete 
toestemming van beide ouders nodig. Volgens uitspraken van het Centraal Tuchtcollege mag 
een hulpverlener ervan uitgaan dat de ouder die het kind begeleidt tevens de andere ouder 
vertegenwoordigt. Als ouders een verschillende mening hebben, mag een hulpverlener soms 
toch behandelen. Het belang van het kind staat voorop.


Dossierplicht
De WGBO omschrijft de dossierplicht als volgt: ‘De hulpverlener richt een dossier in met 
betrekking tot de behandeling van de patiënt. Hij houdt in het dossier aantekening van de
gegevens omtrent de gezondheid van de patiënt en de te diens aanzien uitgevoerde 
verrichtingen en neemt andere stukken, bevattende zodanige gegevens, daarin op, een en ander 
voor zover dit voor een goede hulpverlening aan hem noodzakelijk is’ (zie art.454 lid 1, WGBO).
De wet schrijft niet uitdrukkelijk voor wat in een dossier moet worden opgenomen. Goede 
hulpverlening is het doel van het houden van een dossier. Dit houdt in dat enkel díe gegevens 
in het dossier genoteerd dienen te worden die voor een goede hulpverlening noodzakelijk zijn
en als relevant wordt beoordeeld door de fysiotherapeut. Het betreft gegevens die de inhoud 
van het fysiotherapeutisch handelen weergeven en die noodzakelijk zijn voor continuïteit van 
zorg. Hieronder vallen aantekeningen van de gezondheid van de patiënt en de uitgevoerde 
verrichtingen. Zo behoren in het dossier de hulpvraag van een patiënt, onderzoek,  fysiotherapeutische diagnose, behandelplan en behandeldoel, afspraken en de uitgevoerde 
verrichting beschreven te worden. Daarnaast behoren uitslagen van onderzoeken en testen, 
brieven naar verwijzers of andere hulpverleners in het dossier te zijn opgenomen.
Voor de dossiervorming is de concrete situatie bepalend voor de inhoud van het dossier; de 
fysiotherapeut beoordeelt zelf wat voor een goede hulpverlening noodzakelijk is. De WGBO 
geeft aan dat de hulpverlener bij zijn werkzaamheden de zorg van een goede hulpverlener 
in acht moet nemen en dient te handelen in overeenstemming met de op hem rustende 
verantwoordelijkheid, voortvloeiende uit de voor hulpverleners geldende professionele 
standaard (zie art. 453, WGBO). Uit jurisprudentie volgt dat onder goede hulpverlening moet 
worden verstaan ‘zorg die redelijk bekwame en redelijk handelende hulpverleners op hun 
vakgebied in dezelfde omstandigheden betrachten’. Rapportage van het type ‘geen bericht, 
goed bericht’ wordt als onvoldoende beschouwd.
De Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) is in dit kader ook van belang. De wet 
vereist doelbinding: gegevens die noodzakelijk zijn voor de goede zorgverlening/ hulpverlening. 
Dus de fysiotherapeut dient niet méér gegevens op te nemen in het dossier dan noodzakelijk 
is en niet minder, ter bescherming van de patiënt. Het gaat bij dossiervoering om de goede 
hulpverlening die gewaarborgd moet zijn en deze goede hulpverlening betreft zowel de kwaliteit 
als de continuïteit van zorg.
Dossiervoering maakt het fysiotherapeutisch handelen inzichtelijk en bevordert tevens de 
kwaliteit, omdat dossiervoering de evaluatie bevordert. Voor een voortzetting of overdracht 
aan een waarnemer/opvolger is een goed dossier een belangrijk middel voor de voortzetting 
van de behandeling als dat nodig mocht zijn, ook in onverwachte situaties. Daarnaast maakt 
een goed dossier het mogelijk om informatie te verstrekken aan andere hulpverleners. Verder 
is een goed opgebouwd en een zorgvuldig bijgehouden dossier van belang voor algemene 
kwaliteitsbewaking, bij het afleggen van verantwoording voor het fysiotherapeutisch handelen 
(waaronder klacht/tucht- en andere gerechtelijke procedures). 
Gegevens die niet in het dossier thuishoren, zijn gegevens die niet noodzakelijk zijn voor een 
goede hulpverlening. Hieronder vallen persoonlijke werkaantekeningen, correspondentie over 
klachten, claims, meldingen aan de Inspectie en gegevens van keuringen. Het is echter wel aan 
te bevelen deze op een aparte, geschikte plek te bewaren.


Bewaarplicht
Vanuit de WGBO moet per 1 januari 2020 een dossier 20 jaar worden bewaard (zie art. 454 lid 
3, WGBO). Daarbij wordt gerekend vanaf het tijdstip waarop de gegevens zijn vervaardigd, of 
zoveel langer als ‘de hulp van een goede zorgverlener’ met zich meebrengt. Het langer bewaren 
kan met name van belang zijn bij chronische ziekten of erfelijke aandoeningen. Ook bij 
overlijden van de patiënt geldt de bewaartermijn. Het overlijden van de patiënt vormt dus geen 
reden om de gegevens te vernietigen. Bij beëindiging van de praktijk blijft de fysiotherapeut 
verplicht het dossier 15 jaar te bewaren. Bij een overname van de praktijk gaan de 
verplichtingen, waaronder de bewaarplicht, over op de opvolger. Overdracht naar de opvolger 
kan problemen voorkomen als een patiënt na afloop van de behandeling een klacht indient 
of een procedure begint tegen de fysiotherapeut met wie een behandelingsovereenkomst is 
gesloten. Een fysiotherapeut die in zo’n situatie niet over een dossier beschikt, zal bemoeilijkt 
worden in zijn verweer. 


Verantwoordelijkheid
De fysiotherapeut moet voldoen aan de dossierplicht in overeenstemming met de AVG. Ook 
in het geval de fysiotherapeut in een instelling werkt, is de fysiotherapeut verantwoordelijk 
voor de dossiers van zijn patiënten. De instelling of de praktijk waar de fysiotherapeut werkt is 
uiteindelijke de rechtsgeldige verantwoordelijke. De individuele fysiotherapeut of de instelling 
bewaart het dossier en is verantwoordelijk voor de opslag van het dossier. Ook na afloop van 
een huurtermijn van computerapparatuur moet de fysiotherapeut/instelling over het dossier 
kunnen beschikken, bijvoorbeeld op een gegevensdrager van de fysiotherapeut of de instelling. 
Vernietigingsrecht
De patiënt kan de fysiotherapeut verzoeken (een deel van) zijn dossier te vernietigen (zie art. 
455, WGBO). Aan dit verzoek moet binnen één maand worden voldaan. Afhankelijk van de complexiteit van de verzoeken en van het aantal verzoeken, kan die termijn indien nodig met 
nog eens twee maanden worden verlengd (zie art. 12 lid 3, AVG). Alleen als er een wettelijk 
voorschrift of het aanmerkelijk belang van een ander dan de patiënt tegen vernietiging is, 
wordt het dossier bewaard. De wet stelt de eis dat de gegevens in ieder geval na 15 jaar 
moeten worden vernietigd. In speciale situaties (bijvoorbeeld in geval van patiënten met een 
chronische ziekte) vervalt deze plicht. In verband met controle door de zorgverzekeraar en de 
fiscus is het aan te raden financiële gegevens gescheiden van andere gegevens op te slaan. Het 
vernietigingsrecht van de patiënt gaat boven de bewaarplicht van de fysiotherapeut. Het verzoek 
tot vernietiging dient idealiter bewaard te worden.


Recht op inzage
De patiënt heeft recht op inzage van zijn dossier. De WGBO gaat uit van een rechtstreeks recht 
op inzage en afschrift aan de patiënt, zonder tussenkomst van derden (zie art. 456, WGBO). 
Het inzagerecht is in principe zonder beperking; de patiënt mag alles zien wat er over hem 
geschreven is. Er zijn twee uitzonderingen: 1) als de bescherming van de privacy van een ander 
in het geding is, of 2) als de patiënt, wanneer hij beschikt over de informatie, een gevaar voor 
zichzelf of anderen zal worden. Persoonlijke werkaantekeningen zijn van de zorgaanbieder en 
geen onderdeel van het medisch dossier. Daarin hoeft geen inzage gegeven te worden, tenzij 
deze gegevens met een derde gedeeld zijn. Op een verzoek tot inzage dient zo spoedig mogelijk 
te worden ingegaan, in elk geval binnen een maand. Voor de eerste afschriften mag sinds de 
AVG geen kostenvergoeding meer worden gevraagd. Voor bijkomende kopieën kan wel een 
redelijke vergoeding gevraagd worden op basis van de administratieve kosten.
Een patiënt heeft het recht op correctie van onjuiste gegevens in het dossier. Ook voegt de 
fysiotherapeut desgevraagd een door de patiënt afgegeven verklaring aan het patiëntendossier 
toe. Op deze wijze kan de patiënt bij verschil van mening bijvoorbeeld zijn eigen visie in het 
patiëntendossier laten opnemen. De fysiotherapeut moet die verklaring in dat geval toevoegen 
aan het dossier.


Geheimhoudingsplicht
In de relatie tussen hulpverlener en patiënt krijgt de hulpverlener de beschikking over gegevens 
en informatie over de patiënt. Deze gegevens zijn vertrouwelijk van aard en kunnen persoonlijke 
aangelegenheden van de patiënt betreffen. De patiënt heeft er recht op dat deze gegevens 
door de hulpverlener geheim worden gehouden. Het is de hulpverlener niet toegestaan zonder 
toestemming van de patiënt inlichtingen over de patiënt aan anderen te verstrekken. Het recht 
op geheimhouding van de patiënt, en daarmee de plicht van de hulpverlener, is in meerdere 
wetten opgenomen, zoals in art. 7:457 Burgerlijk Wetboek (BW), art. 10 van de Grondwet, art. 
30 lid 4 Uitvoeringswet AVG, art. 88 Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg 
(Wet BIG) en art. 272 Wetboek van strafrecht (WvS). De artikelen stemmen inhoudelijk overeen. 
De strekking van de geheimhoudingsplicht is te verhoeden dat patiënten, uit vrees voor 
openbaar worden van vertrouwelijke zaken, nalaten noodzakelijke hulp te zoeken van een 
hulpverlener. Binnen het beroepsgeheim moet een onderscheid gemaakt worden tussen de 
zwijgplicht en het verschoningsrecht. De zwijgplicht geldt jegens een ieder, behalve de patiënt 
(zie art. 272, WvS). Het verschoningsrecht kan tegenover de rechter ingeroepen worden door de 
verschoningsgerechtigde.


Omvang geheimhoudingsplicht
Het recht op geheimhouding van de patiënt omvat de bewust vertrouwelijk gedane mededeling 
en alle informatie van (niet-)medische aard verkregen door de hulpverlener middels anamnese, 
diagnostisch onderzoek en waarneming. De geheimhoudingsplicht geldt jegens eenieder 
behoudens uitzonderingen. In de WGBO zijn uitzonderingsgevallen geregeld. Zo wordt een 
uitzondering gemaakt voor degenen die direct betrokken zijn bij de behandelingsovereenkomst 
en de vervanging van de hulpverlener (zie art. 457, WGBO). Alleen die inlichtingen mogen 
worden verstrekt die noodzakelijk zijn voor de te verrichten werkzaamheden. Ook wordt een 
uitzondering gemaakt voor degenen wiens toestemming nodig is voor verrichtingen op grond 
van de WGBO, zoals de (wettelijke) vertegenwoordiger van de minderjarige en/of wilsonbekwame 
patiënt (zie art. 465, WGBO). Voor het geven van inlichtingen aan anderen heeft de hulpverlener 
de toestemming nodig van de patiënt of diens vertegenwoordiger (zie art. 457 lid 1, WGBO).
Ten aanzien van bewust gedane vertrouwelijke mededelingen van de patiënt blijft de 
geheimhoudingsplicht van toepassing. De geheimhoudingsplicht van de hulpverlener kan in andere gevallen dan voorgenoemde slechts worden opgeheven met toestemming van de patiënt, 
behoudens in, bij of krachtens de wet geregelde gevallen, of in noodsituaties. 


Verstrekken van informatie zonder toestemming
Doorbreken van de geheimhoudingsplicht kan op grond van een wettelijk voorschrift of in een 
noodtoestand. Van een noodtoestand is sprake als de hulpverlener in een conflict van plichten 
verkeert en zijn geheimhoudingsplicht moet doorbreken om een ander belang te dienen. 
Criteria die daarbij een rol kunnen spelen, zijn onder andere: het proberen alsnog toestemming 
te krijgen, het ontstaan van ernstige schade voor een ander, er is een andere weg om het 
probleem op te lossen, de schade te beperken en het geheim zo weinig mogelijk te schenden. 
De hulpverlener dient een afweging van belangen te maken en moet voorrang geven aan het 
hogere belang. Op grond van een wettelijk voorschrift doorbreken van de geheimhoudingsplicht 
is bijvoorbeeld de zorgverzekeringwet met de ‘Regeling zorgverzekering’, waarin de wettelijke 
grondslag voor het gebruik van persoonsgegevens bij materiële controle is geregeld. 
De zorgverzekeraar is wettelijk verplicht de rechtmatigheid en doelmatigheid van de zorg te 
controleren. In de ‘Regeling zorgverzekering’ is bepaald dat de zorgverzekeraar materiële 
controle verricht zoals in de gedragscode is vastgelegd. Met de gedragscode wordt verwezen naar 
de ‘Gedragscode Verwerking Persoonsgegevens Zorgverzekeraars’. Onderdeel van de gedragscode 
is het ‘Protocol materiële controle’ van Zorgverzekeraars Nederland. Verder is in de gedragscode 
uitgewerkt dat een zorgverzekeraar persoonsgegevens mag gebruiken voor het verrichten van 
een materiële controle. Bovendien kan het voor een materiële controle noodzakelijk zijn dat 
zorgverzekeraars medische persoonsgegevens opvragen bij een zorgverlener. De ‘Regeling 
zorgverzekering’ verplicht de zorgaanbieder zijn medewerking te verlenen aan deze controle, 
en daarvoor de benodigde persoonsgegevens te verstrekken, als en voor zover de controle 
plaatsvindt overeenkomstig de gedragscode. Overigens betekent dit niet zonder meer dat alle 
gevraagde gegevens versterkt moet worden. De zorgverzekeraar moet via een controleplan en 
controledoel toelichten waarom juist deze gegevens nodig zijn. Het is aan de zorgverlener om 
de noodzakelijkheid van de verstrekking daarmee te toetsen. Dit geldt echter niet voor een 
ongecontracteerde partij. In geval van een ongecontracteerde partij zonder betaalovereenkomst, 
moet de informatie opgevraagd worden bij de verzekerde(n) zelf.

Contactgegevens

 

Adres

Haverstraat 15C
7573 GK Oldenzaal

Telefoon

 

 0541-52 31 11

E-mail

Fysiotherapiepraktijk Lanen & De Jong

 

 info@fysiotherapielanendejong.nl

 

Openingstijden

Maandag 08:00 - 19:00

Dinsdag 08:00 - 19:00

Woensdag 08:00 - 19:00

Donderdag 08:00 - 19:00

Vrijdag 08:00 - 18:00

Zaterdag                  Op Afspraak